| Nieuwste metaaldetector links |
|
|
| |
|
|
|
Er zijn op dit moment, 14 gast(en) online
|
|
| |
|
|
|
We hebben 1115553 bekeken pagina's sinds 15 Januari, 2011 |
|
| |
|
|
|
|
 Op woensdagmiddag 29 mei kunnen inwoners van Nederweert tussen 14.00 en 16.00 uur de opgraving van een Romeinse begraafplaats aan de rand van het nieuwbouwplan Hoebenakker in Nederweert bezoeken. Belangstellenden worden rondgeleid door archeologen van de Vrije Universiteit Amsterdam. De opgravingen maken deel uit van de voorbereidingen om het gebied bouwrijp te maken.
Grafmonumenten
Vorige week begon een team van archeologen van VUhbs Archeologie met de opgraving van een nieuw deel van het grafveld. Op de plaats waar op dit moment nieuwe woningen verrijzen, was in 2009 al een stuk van het grafveld opgegraven. Hierbij werden toen 85 graven en grafmonumenten onderzocht. Het grafveld dateert uit de Romeinse tijd en was vermoedelijk vanaf het begin van de jaartelling tot ongeveer 250 na Christus in gebruik
Hoge verwachtingen
Hoewel het onderzoek net is gestart, zijn de verwachtingen hoog. Afgelopen week werd ontdekt dat het grafveld uit de Romeinse tijd aansluit op een honderden jaren oudere begraafplaats. Hiervan is onder meer de greppel van een grote grafheuvel bewaard gebleven. Tijdens de rondleiding ziet u de archeologen aan het werk en kan iedereen een kijkje nemen bij de vondsten die worden opgegraven. Archeologen lichten de werkzaamheden toe.
Stoffelijke resten
Overleden bewoners van wat later Hoebenakker is gaan heten, werden in de Romeinse tijd gecremeerd op een brandstapel. De stoffelijke resten werden uit de brandstapelresten gehaald en in een doek of leren lap verzameld. Deze werd vervolgens in een kuil begraven waarover meestal een lage heuvel werd geworpen. Soms groeven de mensen een greppel rond het heuveltje.
Gebruiksvoorwerpen
Behalve de crematieresten zijn ook gebruiksvoorwerpen en kledingaccessoires in het graf terecht gekomen. Meestal werden die aan de dode meegegeven op de brandstapel. Vaak zijn de voorwerpen dan vervormd of kapot gesprongen door vuur. Een kleine greep uit de gevonden voorwerpen: aardewerken potten, schalen, kruiken en glazen kommen (waar vermoedelijk eten en drinken in heeft gezeten), glazen kralen, bronzen armbandjes, een ijzeren naald (naaigerei), mantelspelden, bronzen munten en tientallen spijkertjes van schoenzolen die op de brandstapel zijn verbrand.
Begraven
Uit een analyse van de verbrande resten blijkt dat zowel vrouwen, kinderen als mannen in het grafveld zijn begraven. Graven met duidelijke resten van mannen zijn sterk ondervertegenwoordigd. Ook blijken vleesbouten van varkens en schaap te zijn meegegeven.
Praktische info
Hebt u interesse om de boeiende werkzaamheden van de archeologen te zien? U bent van harte welkom op woensdag 29 mei van 14.00 tot 16.00 uur in nieuwbouwplan Hoebenakker fase 2, Wiel Gubbelsstraat (Strateris, afslag Montgomerystraat). Kom bij voorkeur met de fiets of te voet. Er is weinig parkeergelegenheid. Auto’s kunnen geparkeerd worden in de wijk. Vergeet niet om laarzen of dichte schoenen aan te trekken. Het kan nogal modderig zijn. Aanmelden vooraf is niet nodig. |
|
Geplaatst door admin op Saturday, 25 May, 2013 @ 15:02:50 CEST (32 keer gelezen) |
|
|
|
|
 De 2800 jaar oude bronzen halsring die Klaas Harink vond in zijn weiland in Rouveen is mogelijk de belangrijkste archeologische vondst ooit in de regio.
Harink vond de bijzondere ring op zijn land, in een net uitgegraven poel. De exacte vindplaats wil hij graag geheimhouden. De ring kwam terecht bij de Stichting Werkgroep Archeologie Regio Staphorst (SWARS).
Vervolgens hebben archeologen en andere wetenschappers de ring onderzocht. Hun conclusie is dat het hier waarschijnlijk gaat om een grafvondst of offergift uit de vroege ijzertijd, ongeveer 800 jaar voor Christus. Om meer zekerheid te krijgen over de herkomst van de ring is aanvullend onderzoek aan de ring en op de vindplaats nodig.
Nieuwe inzichten in geschiedenis
De ring komt waarschijnlijk uit de Hunsrück-Eifel-Kultur, een bevolkingsgroep uit de ijzertijd die leefde rond de Rijn en Moezel. Nog nooit eerder zijn sporen van deze cultuur in Nederland aangetroffen. Het is daarmee de belangrijkste archeologische vondst ooit in de regio. De ring biedt nieuwe inzichten in de volkeren die hier ooit geleefd moeten hebben, zegt de SWARS. Mogelijk was er al veel eerder bewoning in de omgeving van Staphorst en Rouveen dan altijd werd gedacht.
"Ring blijft in Rouveen"
De bronzen ring heeft waarschijnlijk altijd onder water gelegen, en is nog in opvallend goede staat. Verschillende musea zijn geïnteresseerd in de ring, maar Klaas Harink is niet van plan afstand te doen van zijn ring. Als het aan hem ligt blijft de vondst daar waar hij is gevonden, in Rouveen. De SWARS kwam vorig jaar ook in het nieuws na de vondst van een flinke hoeveelheid goud en zilverwerk uit de 19e eeuw. Het bleek toen te gaan om de buit van een roofmoord. |
|
Geplaatst door admin op Thursday, 23 May, 2013 @ 16:56:50 CEST (63 keer gelezen) |
|
|
|
|
 GIESSEN - De gemeente Woudrichem is niet echt blij met de bijzondere archeologische vondst van enkele weken geleden op het terrein aan de Burgstraat en de Heerlijkheidstraat. Zij draaien namelijk op voor de kosten van het aanvullend archeologisch onderzoek.
“Dit mag geen pretpark voor archeologie worden”, zo vertelt wethouder Bas de Peuter bij de start van het uitgebreide, archeologisch onderzoek in Giessen. Al snel wordt duidelijk waarom hij deze woorden gebruikt. De gemeente draait op voor alle kosten voor het onderzoek en als het allemaal heel lang gaat duren en kopers afhaken, kan ook de projectontwikkelaar Van Wanroij zomaar ineens een rekening sturen. Die precaire positie van de gemeente heeft alles te maken met de overeenkomst met Van Wanroij die dateert uit 2003. Tien jaar geleden was het nog niet wettelijk geregeld dat een ontwikkelaar van bouwplannen ook voor alle kosten op draait. Dat is pas vastgelegd in de wet in 2007. Bovendien stond de mogelijke ligging van het kasteel ook niet op de archeologisch waardenkaart van de gemeente, terwijl Peter van Eethen al in 2004 in deel 13 van de Historische Reeks schreef over het ‘huis van Giessen’, compleet met de kadastrale kaart als onderlegger. Zijn verhaal licht een tipje van de sluier op over de Heren van Giessen. Vermoed wordt dat al voor 1296 een huis of hof bestond, dat in 1306 werd verwoest. De oudste akte over de heren van Giessen en hun bezittingen dateert van 1296. Het eerste stuk over het huis van Giessen is van 1306. In deze akte staat letterlijk: ‘dat huus van Ghiessen te breken wart’. Het ging om een conflict tussen de heer van Altena en Jan van Arkel. De Graaf van Holland, Willem III, bepaalt in zijn uitspraak over de zaak ‘dat die here van Horne thuus te Ghiesen weder zal doen maken’. Toch is onduidelijk of het in 1306 verwoestte huis ooit is herbouwd of dat een nieuwe hofstede is gebouwd.
Het terrein waar half maart ineens een kasteelmuur van een meter breed met zo’n zes lagen kloostermoppen werd gevonden, had op de archeologische waardenkaart wel een hoge verwachting gekregen vanwege de ligging op een oeverwal aan de Alm. Naast de kasteelmuur werd een deel van een gracht gevonden, waaruit Middeleeuwse potscherven en een paardenschedel te voorschijn kwamen. Alle verdere vondsten worden straks eigendom van de provincie. Bij het nadere onderzoek wordt een nieuwe sleuf gegraven. “Zo ver mogelijk vanaf de brandweertoren, stel je voor dat hij om valt”, zo vertelt Antoine Wilbers van het archeologisch bureau IDDS. De gracht ligt om een 3.000 m2 groot terrein, ook in het naastgelegen parkje liggen waarschijnlijk nog muurresten. Op het terrein ‘Looveling’ wil Van Wanroij in totaal 15 woningen bouwen; elf rijwoningen en vier woningen als twee onder één kap. Tevens biedt het terrein plaats aan twee vrije kavels. Martijn van den Boogaart verwacht na het onderzoek in juni te starten met de bouw. Als de muurresten in kaart gebracht zijn, moet mogelijk de plaats van de heipalen worden aangepast, maar vervolgens wordt het terrein wel bebouwd. Voorheen stond op die plek het dorpshuis van Giessen.
|
|
Geplaatst door admin op Thursday, 23 May, 2013 @ 10:10:56 CEST (48 keer gelezen) |
|
|
|
|
 LEDE - Het archeologisch onderzoek op de site Kleine Kouter is pas begonnen en levert al resultaten op. ‘We ontdekten al veertien Romeinse crematiegraven’, verduidelijken de archeologen Cat Clement en Veronique Guillaume.
Een ploeg van drie archeologen, drie assistenten en een kraanman exploreren sinds enkele weken de eerste anderhalve hectare. Daarna wordt het laagste gedeelte tegen de spoorweg onderzocht en daar worden nog meer sporen verwacht van middeleeuwse en Romeinse bewoning.
‘De vondsten zijn nu al spectaculair’, zegt Cat Clement. ‘Er moet tijdens de Romeinse tijd hier flink wat bewoning geweest zijn. In die tijd werden afgestorvenen gecremeerd op een houtstapel. De asresten, geblakerde beenderen en eventuele grafgiften werden in een kuil begraven. De veertien gevonden stuks worden verder onderzocht. We ontdekten ook voorwerpen die vermoedelijk uit de ijzertijd, dat is van 4de eeuw vóór tot de 1ste eeuw na Christus.’
Gisteren werd een vermoedelijk wegentracé ontdekt maar het is nog te vroeg om te bepalen uit welke tijd dat stamt.
De opgravingen in de drie hectaren grote site zullen vermoedelijk eind december beëindigd zijn. De intensieve opgravingen zijn een gevolg van een vooronderzoek uit 2012. |
|
Geplaatst door admin op Thursday, 23 May, 2013 @ 10:07:17 CEST (51 keer gelezen) |
|
|
|
|
 NIJVERDAL - Enkele leden van de Historische Kring Hellendoorn - Nijverdal hebben met behulp van een metaaldetector vele stukken ijzer gevonden. Het zijn resten van de V1’s, die tijdens de Tweede Wereldoorlog bij Dalzicht stonden opgesteld.
IJzeren restanten van de installatie.
Vorig jaar hield Henk Koopman een lezing over de V1 in het Memorymuseum. Hij vertelde toen dat de enige locatie waarvan de V1’s werden afgeschoten en die hij niet precies wist te liggen, de locatie bij Dalzicht was. Henk Koopman, Erik Ruiter, Gerard Pijnappel, Henry Boerdam en Johan Alferink zijn onder leiding van Erik Ruiter van SBB wezen zoeken naar resten van de V1’s.
Het uitgangspunt was de luchtfoto van de RAF, genomen in december 1944.
Helemaal rechts het grote witte vlak is het voetbalterrein van De Zweef. Links daarvan loopt de Toeristenweg (toen nog pal naast Dalzicht gelegen). Uiterst links zijn de barakken van het Rijkswerkkamp Twilhaar te zien. Boven het voetbalveld van De Zweef is de RW35 te zien.
Rechtsonder loopt schuin een zwarte streep vanaf de Toeristenweg naar links. “We vermoedden dat dat de lanceerinstallatie was.”
“Het klopte precies. Met behulp van een metaaldetector vonden we vele stukken ijzer in de grond, die alle kanten zijn opgevlogen, toen de installatie door de Duitsers werd opgeblazen.”
De gevonden resten zullen waarschijnlijk worden uitgestald in een vitrine in het Buitencentrum. |
|
Geplaatst door admin op Wednesday, 22 May, 2013 @ 13:07:57 CEST (67 keer gelezen) |
|
|
|
|
 Archeologen willen met een expeditie in Australië de herkomst bepalen van vijf koperen muntjes die mogelijk een nieuw licht werpen op de moderne geschiedenis van het continent.
De Australische wetenschapper Ian McIntosh, hoogleraar antropologie aan de Amerikaanse universiteit van Indiana, is van plan om een archeologische expeditie te starten in de deelstaat Northern Territory. Daar werden in 1944 vijf koperen muntjes gevonden, die zo'n 1000 jaar oud zijn.
De vondst suggereert dat Australië al honderden jaren eerder is ontdekt door zeevaarders dan tot nu toe werd aangenomen.
Tijdens de expeditie zal er archeologisch onderzoek worden verricht op de vindplaats van de munten, die is aangegeven op een 70 jaar oude landkaart. Dat meldt de Australische krant The Age.
Havenstad
Tijdens de Tweede Wereldoorlog vond de Australische soldaat Maurie Isenberg de muntjes vlak bij zijn radarpost op een van de eilanden aan de noordkust. Op een landkaart gaf hij met een X de vindplaats aan. Uit onderzoek bleek in 1979 al dat het muntgeld ongeveer 1000 jaar oud was.
Aangenomen wordt nu dat de muntjes, die tussen 900 en 1300 gemaakt moeten zijn, afkomstig zijn van het voormalige Afrikaanse sultanaat Kilwa, een eiland vlak bij Tanzania. Daar lag ooit een bloeiende havenstad, met handelsroutes naar India.
Janszoon
Tot op heden staat in de geschiedenisboeken dat het Australische continent voor het eerst in 1606 werd bezocht door de Nederlandse ontdekkingsreiziger Willem Janszoon. McIntosh hoopt met nieuw archeologisch onderzoek aan te tonen dat de Nederlander niet de eerste zeevaarder was die aan land ging in Australië.
Bij zijn expeditie in North Territory zal de wetenschapper zich echter niet alleen richten op de vindplaats van de oude munten. Hij gaat ook onderzoek doen naar een legende over een oude grot van de Aboriginals in het gebied.
|
|
Geplaatst door admin op Monday, 20 May, 2013 @ 16:35:11 CEST (54 keer gelezen) |
|
|
|
|
|
| z |
m |
d |
w |
t |
v |
z |
| |
|
|
1 | 2 | 3 | 4 | | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | |
|
|
| |
|
|
|
|
|
| |
|
|
|